19 februari 2016

Sekte of wereldreligie?

Geschreven door Henk van den Berg

Als een klein aantal mensen in bizarre ideeën gelooft noemen we het een sekte. Als miljoenen in even irrationele ideeën geloven noemen we het een wereldreligie.

Verbijstering is het gevoel dat bij mij achterbleef na het zien van The Master. In The Master speelt Philip Seymour Hoffman (die in 2014 dood werd gevonden in zijn appartement) de sciencefictionschrijver Lancaster Dodd. Dodd richt in de jaren 50 een nieuwe sekte op die de volgelingen helpt bij het verwerken van trauma’s. Het verwerkingsproces bestaat uit bizarre oefeningen die je naar het verre verleden laten reizen. Het lijkt losjes gebaseerd op het begin van de Scientologykerk, maar de film is fascinerend genoeg als je dat er buiten laat.
De film begint met de belevenissen van de matroos Freddie Quell (schitterend gespeeld door Joaquin Phoenix). De Tweede Wereldoorlog is net afgelopen en heeft talloze jonge soldaten voorgoed beschadigd. Zo ook Freddie: de absurditeit van de oorlog leeft voor altijd in hem voort. Die absurditeit krijgt je al meteen te pakken door een waanzinnige openingsscène aan het strand.
Freddie is eenzaam, geobsedeerd door seks, verslaafd aan de bizarre cocktails die hij maakt van alcohol en chemicaliën en hij heeft een uitermate kort lontje. Door een toeval komt hij in het gezelschap van Lancaster Dodd en raakt totaal in de ban van The Master. En dat is geheel wederzijds, want Dodd wil maar wat graag zijn nieuwe theorieën op Freddie uitproberen. Dat leidt tot bizarre oefeningen: Freddie moet dagenlang tussen muur en raam van een kamer heen en weer lopen, of op een motor de woestijn in rijden naar ver punt en weer terug komen.

Bekeerling, discipel en exit

Als het verhaal zich ontvouwt zien we hoe Dodd zijn machtsspel speelt. Door verdeel en heers, door tegenstanders te intimideren, door een wetenschappelijk cachet aan zijn theorieën te geven en door de leden van de beweging het idee te geven dat zij bij een selecte groep zuiveren behoren, tegenover een onzuivere, vijandige buitenwereld. Je ziet hoe de naaste familieleden van Dodd hun knopen tellen en hun eigen plekje veiligstellen in de machtspiramide.
Freddie is eerst bekeerling, dan discipel en uiteindelijk verlaat hij de sekte. Hij is er niet door beschadigd, zo lijkt het. In tegendeel. Aan het einde van de film zien we hoe hij voor het eerst in zijn leven op een ontspannen manier intiem kan zijn met een vrouw van vlees en bloed.

Na het kijken bleef bij mij een ongemakkelijk gevoel hangen, omdat ik zo duidelijk zag wat een dunne grens er lijkt te liggen tussen dit soort sekten en de gevestigde religies. Iemand zei: ‘Als een klein aantal mensen in bizarre ideeën gelooft noemen we het een sekte. Als miljoenen in even irrationele ideeën geloven noemen we het een wereldreligie. ‘

Charismatisch leider

In het vijfde hoofdstuk van het Lucasevangelie wordt de overgang beschreven van Jezus van Nazareth als rondtrekkende prediker naar een charismatisch leider van een grote groep volgelingen. In het verhaal dat wij hoorden zie je het voor je ogen gebeuren. Het verhaal is in de onze traditie vaak uitgelegd als een wonderverhaal. Vissers vangen niets in de nacht. De wonderdoener zegt dat ze uit moeten varen en dan vangen zo veel dat hun netten scheuren en hun boten zinken. Maar we krijgen enkele aanwijzingen dat het niet gaat om een wonderverhaal over vis, maar over iets wonderlijks dat kan gebeuren in een visser, in matroos, in ons allemaal.

Als Jezus aan de oever van het meer staat te preken voor een grote menigte, zitten de vissers hun netten te spoelen. Het lijkt er op dat ze toevallig op deze plek zijn omdat hun boten hier nu eenmaal liggen. Ze zijn hier niet om speciaal naar Jezus te luisteren. Ze spoelen de netten. Een eigenaardige activiteit, want in het verhaal wordt verteld dat ze niets gevangen hadden de afgelopen nacht. De netten zijn niet vies dus ze doen volstrekt zinloos werk. Wat Jezus precies zegt in zijn toespraak weten we niet, maar het zal ongetwijfeld gaan over de vraag hoe je zinvol kunt leven. Je ziet Petrus met een schuin hoofd opkijken naar Jezus. Het lijkt wel of die toespraak voor hem bedoeld is. Petrus staat hier symbool voor de mens die zijn leven ziet verlopen en de zin ervan nog niet heeft gevonden. De kans dat je nog een promotie maakt is klein, de banen liggen niet voor het opscheppen, pensioen is nog lang niet in zicht. Of als je zo oud geworden bent dat je niet meer zelf de dagen kunt invullen met leuke dingen. Je lichaam wil niet meer. Je actieradius is heel klein geworden en de echt leuke mensen zijn allemaal gestorven. Je zit de dagen uit. Al je pogingen om het leven vorm te geven, alles wat je moest doen om jezelf groter te maken dan je was, al je poging om de controle te houden over wat er gebeurde, het lijkt allemaal voor niets. Je kunt het gevoel krijgen dat je leven lijkt op een nachtlang vissen met als enig resultaat een leeg net. Je staat met lege handen.

Ik zal er zijn

Dan hoort Petrus hoe Jezus van Nazareth uitlegt wat Gods naam betekent. Ik zal er zijn. Hij legt ook uit wat mens-zijn betekent, Jij mag er zijn. Dit was in die tijd een opmerkelijke boodschap. In die jaren waren er in Israël vele groeperingen en sekten die streden om de hoogste zuiverheid in de leer en in het leven. Op iedereen was wel wat aan te merken. In de ogen van God was je nooit goed genoeg. Jezus leerde de mensen iets anders. Als je leven een mislukking is, prijs je dan gelukkig, want je wordt niet afgewezen. In iedereen gloeit het kooltje van Gods liefde. Haal het onder de as vandaan. Blaas het aan.

Om die gloed te vinden in jezelf zul je de weg naar binnen moeten gaan. De diepte opzoeken en je net daar uitwerpen. Je zult er zaken vinden waar je niet trots op bent, maar je zult ook versteld staan van de rijkdommen die je in jezelf aantreft. Je kunt in jezelf ook iets van God ervaren. Dat gebeurt bij Petrus. Petrus raakt totaal verbijsterd door deze ervaring. Hij vindt zich onwaardig naast het grootse en heilige dat hij in zichzelf ervaart. In plaats van blijdschap maakt een grote angst zich van hem meester. Hij voelt dat er iets gaat veranderen in zijn leven en dat maakt hem onzeker.

Leven en vrij zijn

Maar Jezus zegt tegen Petrus: wees niet bang, je zult mensen vangen. Een vreemde wending. Mensen vangen. Dan zit je juist in sfeer van de sekten. Iedereen die wel eens heeft gesproken met mensen die je van hun eigen geloof willen overtuigen, weet hoe het voelt als ze je proberen te vangen. Hier wordt iets anders bedoeld. Als je zelf het net in het diepe het uitgegooid en je hebt, naast de rijkdommen, ook de armoede in je zelf geaccepteerd, dan krijg je ook begrip voor de armoede van anderen. Dat is de weg die aan het oordeel voorbijgaat. Het niet meer veroordelen van jezelf heeft als resultaat dat je ook een andere niet meer zo snel veroordeelt. Dat is de rijkste oogst die je in je leven kunt binnenhalen. Voorbij het oordeel ervaar je de kernboodschap van Jezus van Nazareth. Jezus predikt niet zichzelf, zoals The Master, maar hij verkondigt God. Zijn leer komt eigenlijk heel simpel hier op neer dat wij in alle omstandigheden er mogen zijn, omdat wij de plek zijn waar God is. Je hoeft jezelf niet meer op te blazen, of in angst te leven. Je mag die netten die al honderd keer gespoeld zijn achter je laten. Je mag leven.

In de film raakt Freddie helemaal in de ban van de The Master. Begrijpelijk, want hij krijgt eindelijk de aandacht en de erkenning waar hij zo naar verlangt. Maar hij is een onvrij mens in de sekte. Hij wordt niet geacht die boot achter zich te laten en zelf te gaan leven. Dat hij dit toch doet geeft aan dat hij zijn eigen veerkracht heeft ontdekt. Verbijsterend, als je in je eigen leven die veerkracht vind. Angstaanjagend ook, want dan moet je wat mee. Maar als je over je angst heen kunt stappen is het alsof je op een motorfiets door de woestijn scheurt, naar een punt op de horizon en niet meer terug keert.
Je bent vrij.

ds Henk van den Berg preekte hierover op 7-2-2016 in Lochem. Daarna gingen de kerkbezoekers samen naar de film: The Master.

Gerelateerd