4 augustus 2016

Olympische Spelen: geloven in vrede

Geschreven door Liesbeth Orthel

“All sports for all people. This is surely a phrase that people will consider foolishly utopian. That prospect troubles me not at all. I have pondered and studied it at length, and know that it is correct and possible.” — Pierre de Coubertin, 1919

 

Pierre de Coubertin geloofde erin: een grootschalige herrijzenis van de klassieke Olympische Spelen. Hij was niet de enige. Zo rond 1890 hing het als het ware in de lucht. Het was de tijd van de grote idealen, de opkomst van de “ismes” (denk aan communisme, liberalisme, socialisme enz. enz.) allen met een duidelijke kijk op mens en wereld. De Coubertins ideaal was wereldvrede. En hij ging dat bereiken via sport, daar was hij heilig van overtuigd. Sport leidt tot een mens in balans. In de wedstrijd haalt de atleet het beste uit zichzelf én hij leert de prestaties van zijn tegenstander respecteren, juist omdat hij weet hoe hard daaraan gewerkt is. Zo kan een internationale wedstrijd uiteindelijk de vriendschapsbanden tussen volken versterken. In een tijd dat oorlog en conflict in Europa (en daarbuiten) altijd op de loer lagen was hier een constructief idee dat vrede en begrip voor elkaar van onderaf zou kunnen bevorderen.

Sneller, hoger, sterker

De Coubertin kreeg het voor elkaar. In 1896 waren de eerste moderne Olympische Spelen een feit. Geheel in stijl met de andere grote bewegingen in die tijd ontwikkelde de olympische beweging ook allerlei symbolen: de vlag met de vijf ringen, een credo (“het belangrijkst bij de Spelen is niet de overwinning, maar de deelname, zoals ook in het leven niet de overwinning, maar het streven naar een doel het belangrijkste is. Het belangrijkste is niet, om veroverd te hebben, maar om goed gevochten te hebben”), en een slogan citius, altius, fortius (Latijn voor “sneller, hoger, sterker”). Later kwamen daar het aansteken van de vlam en de estafette bij.

Een huis voor vluchtelingen

Dadelijk begint de 26e editie van de moderne Olympische Spelen. Hoe zit het met die idealen? Het grote ideaal, de grondgedachte onder de spelen – wereldvrede – lijkt verder weg dan ooit. Van begrip tussen volken is weinig sprake. We worden er dagelijks mee geconfronteerd. Hoewel ‘volken’? Wat is dat? Op een meer individueel niveau zijn we allemaal hetzelfde. Willen we gewoon een beetje gelukkig zijn en ons leven kunnen leven. Hoe dan ook, gevolg van al het wapengekletter op diverse plekken in de wereld is dat er een ongekende stroom mensen op drift is geraakt. Daar zitten ook atleten tussen die nu hun sportieve hoogtepunt aan het missen zijn, omdat het redden van het vege lijf belangrijker is. Kijk, en dan komen toch die aloude idealen weer tevoorschijn. Symbolisch weliswaar, maar niet onbelangrijk. Het Internationaal Olympisch Comité laat dit jaar voor het eerst een groep vluchtelingen deelnemen. Thomas Bach, president van het IOC: ‘Deze vluchtelingen hebben geen thuis, geen eigen landenteam en geen volkslied. Daarom bieden wij hen een huis in het Olympisch dorp, zullen wij ter ere van hen de Olympische hymne spelen en is de Olympische vlag hún vlag. We geven een signaal af naar de internationale gemeenschap dat vluchtelingen net als wij gewoon mensen zijn en de samenleving verrijken’. Ook na de spelen zullen deze vluchtelingen, en ook andere talentvolle sporters die nu niet door de selectie kwamen, ondersteund blijven worden door Olympische hulpprogramma’s.

Het is wel jammer dat de Spelen tegenwoordig steeds meer het toneel worden van de strijd tegen doping. Ook de machtspolitiek tussen de verschillende landen steekt telkens weer de kop op. De belangen zijn te groot geworden. Dat geldt voor de individuele sporters én voor de landen die zij vertegenwoordigen. Commercie en machtspolitiek zijn niet meer weg te denken van de spelen, helaas. En daar kan misschien ook geweld bij komen kijken. We hebben het eerder meegemaakt.

De kiem voor beter begrip

Tegelijkertijd sprak ik een voormalig roeicoach. Hij zegt dat de roeiers meer waarde hechtten aan brons op de Spelen dan goud op een WK. Dat had toch iets te maken met de oude idealen: genieten van het eigen kunnen in de krachtmeting, respect voor prestaties van anderen én floreren in een internationale omgeving waarin sport belangrijker lijkt dan politiek. Alle andere problemen worden even losgelaten en daarmee wordt in deze ‘onbezorgde’ omgeving misschien toch een kiem gelegd voor beter begrip over en weer. Ik wil er graag in geloven en hoop te gaan genieten van de mooie prestaties die zullen komen. Ik hoop ook even te kunnen geloven dat het mogelijk is: vrede, een wereld zonder geweld, elkaar begrijpen of op z’n minst respecteren.

 

 

 

 

Gerelateerd