Putten uit een diepere vertrouwensbron
Geschreven door Antje van der HoekEr ontkiemt iets nieuws, zie je het niet? (Jes. 43:18)
Twee stemmen
Op de drempel van een nieuw jaar moet ik vaak denken aan deze woorden van de profeet Jesaja. Of, om preciezer te zijn, van de zogeheten tweede Jesaja (Deutero-Jesaja). Deze profeet richt zich halverwege de zesde eeuw voor Christus tot de ballingen die uit Juda naar Babylonië waren weggevoerd. Met die woorden wil hij hen troost en nieuwe hoop geven. God, houdt hij hen voor, zal hen niet in de steek laten. Een nieuwe Perzische koning zal hen bevrijden en de kans geven naar huis terug te keren. In die context klinken de hierboven vrij vertaalde woorden, vol met nieuw perspectief. De profeet die er achter schuilgaat spreekt ze uit als was hij een goede vriend(in). Eén die ook ons, vele eeuwen later, een hart onder de riem wil steken. Tegelijk met deze woorden daarentegen schieten mij rond Oud & Nieuw regelmatig nog ándere bijbelse woorden te binnen. Die van Prediker, die je er eerder bij bepalen dat veel in ons leven hetzelfde blijft. ‘Wat er was, zal er altijd weer zijn. Er is niets nieuws onder de zon’ klinkt het in zijn eerste hoofdstuk. Het zijn twee stemmen uit het oude Israël. De eerste troostend-optimistisch, de tweede beschouwend-melancholiek. Juist rond de jaarwisseling kunnen ze extra in je binnenste resoneren.
Hoe verhoud je je er toe?
Vooral in het licht van de actualiteit? Van zowel je eigen leven als de gebeurtenissen op het ruimere (wereld) toneel? Word alles nieuw of blijft alles bij het oude? Dat kan niemand precies voorspellen. Maar voortekenen op de valreep van het oude jaar, stemden mij dit keer somber. Daarin ben ik niet de enige. Ontwikkelingen in binnen- en buitenland laten zien hoe het wederzijdse vertrouwen onder druk is komen te staan. Er zijn nieuwe krachten, die ons verder uiteen kunnen drijven. In het wereldbeeld van Trump, schreef NRC-columnist Maxim Februari onlangs kernachtig, wordt afscheid genomen van een orde die berust op wet en gerechtigheid. Als dat afscheid van een vrije samenleving doorzet, zullen we binnenkort opnieuw moeten bedenken hoe je op basis van gerechtigheid met elkaar samenleeft.
‘Rule based order’ onder vuur
Hoezeer we in Nederland ook een ‘high trust society’ zijn, lijkt het onzichtbare cement ook hier af te brokkelen. Denk maar aan de onderlinge omgang op sociale media, de moddergevechten in ‘s lands vergaderzaal en het stroeve verloop van de recente formatiegesprekken. Hoe houd je elkaar dan tóch vast? In een tijd van ingrijpende omwentelingen, waarin de naoorlogse ‘rule based order’ zomaar passé wordt verklaard? Of, anders gezegd ‘as je mekaar niet meer vertrouwen kan, waar blijf je dan?’ Deze regel uit een liedje van Jongewaard en Bloemendaal lijkt nog altijd actueel. Vertrouwen is het onzichtbare cement in álle menselijke relaties. Zonder dat cement raakt de samenleving in haar diverse dimensies uit evenwicht en raken verhoudingen vertroebeld.
Oefenplaatsen van vertrouwen
Van dat vertrouwen heeft de kerk zogezegd haar handelsmerk gemaakt. Want vertrouwen en geloven zijn nauw met elkaar verbonden. Ook etymologisch, denk maar aan het Latijnse woord ‘fides’ (geloof) en het daarvan afgeleide woord ‘fiducie’ (vertrouwen). In die zin zijn plaatselijke geloofsgemeenschappen zoals onze remonstrantse ‘oefenplaatsen in vertrouwen’ te noemen. Plekken waarin mensen samenkomen om uit een dieper gelegen Vertrouwensbron te putten. Bij dat geloofsvertrouwen wil Jesaja ons bepalen. Vooral als ons, net als die ballingen van weleer, de moed in de schoenen zakt, biedt hij hoop en perspectief. Zodat we weer in staat zijn onze blik te richten op het goede dat, ondanks alles, ontkiemt…

